Kenniscentrum
26 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- SER advies, energie voor iedereen: mensgerichte verduurzaming van woningen.
Energie voor iedereen vraagt om een mensgerichte aanpak. De energietransitie in de gebouwde omgeving wordt nog te vaak benaderd als een technische opgave. Dan gaat het over isolatie, warmtepompen, zonnepanelen en energielabels. Maar in de praktijk is verduurzaming pas succesvol als mensen ook echt kunnen meedoen. Dat is de kern van het SER-advies Energie voor iedereen . De Sociaal-Economische Raad laat zien dat verduurzaming niet alleen een klimaatvraagstuk is, maar ook draait om betaalbaarheid, duidelijkheid en uitvoerbaarheid voor huishoudens en kleine ondernemers. Volgens de SER hangt succesvol verduurzamen af van drie factoren: kunnen, weten en willen . Mensen moeten de financiële ruimte hebben om te investeren, begrijpen welke stappen logisch zijn en voldoende vertrouwen hebben om in beweging te komen. Juist daar gaat het vaak mis. Veel huishoudens lopen vast door complexe regelingen, onduidelijke subsidies, gebrek aan tijd of beperkte toegang tot passende financiering. Daar komt bij dat wisselend overheidsbeleid verduurzaming vertraagt. Als regels of stimuleringsmaatregelen steeds veranderen, neemt het vertrouwen af. Burgers en ondernemers stellen investeringen dan uit. De SER benadrukt daarom dat voorspelbaar beleid essentieel is, met een heldere koers richting 2030 en 2050. Alleen dan ontstaat de rust die nodig is om grotere investeringen in woningen en gebouwen verantwoord te maken. Een belangrijk inzicht uit het advies is dat informeren alleen niet genoeg is. Veel mensen hebben behoefte aan praktische ondersteuning en ontzorging. Niet nog een loket of regeling erbij, maar een aanpak die aansluit op hun situatie en klantreis. De SER noemt toegankelijke en betrouwbare ondersteuning daarom een randvoorwaarde voor versnelling. Ook lokale samenwerking speelt daarin een belangrijke rol. In buurten en wijken ontstaat meer beweging als verduurzaming zichtbaar, concreet en collectief wordt gemaakt. Mensen raken sneller gemotiveerd als ze voorbeelden dichtbij zien en geholpen worden bij keuzes, uitvoering en financiering. Voor de praktijk is de boodschap helder: verduurzaming vraagt om meer dan techniek. Het vraagt om een samenhangende aanpak waarin beleid, financiering, klantondersteuning en uitvoering goed op elkaar aansluiten. Wie echt wil versnellen, moet niet alleen nadenken over maatregelen, maar vooral over de vraag hoe mensen in beweging komen. Dat vraagt om eenvoud, vertrouwen en grip. Juist daar ligt de sleutel tot energie voor iedereen.
- Energiecrisis: wachten is duurder dan handelen
De energiecrisis is terug op de agenda. Niet alleen door geopolitieke onrust en de vrees voor opnieuw stijgende prijzen, maar ook doordat steeds duidelijker wordt dat veel huishoudens nog altijd kwetsbaar zijn voor schokken in hun energierekening. In recente berichtgeving zegt ABN AMRO dat woningeigenaren er verstandig aan doen hun energierekening juist nu structureel te verlagen, in plaats van te hopen dat de markt vanzelf weer rustig wordt. Econoom Sandra Phlippen noemde afwachten op 23 maart 2026 bij NPO Radio 1 zelfs “het allerstomste” wat kabinet en huishoudens nu kunnen doen. Die boodschap raakt de kern. Compensatie kan nodig zijn, maar lost het onderliggende probleem niet op. Dat blijkt ook uit het debat rond het Tijdelijk Noodfonds Energie . Het fonds was in 2026 gevuld met 56,3 miljoen euro, maar dat budget was volgens de fondsorganisatie al binnen enkele dagen benut. Dat onderstreept hoe groot de druk op kwetsbare huishoudens nog altijd is. Tijdelijk e steun helpt, maar maakt niemand minder afhankelijk De politieke reflex bij stijgende energieprijzen is vaak begrijpelijk: compenseren, toeslagen optuigen, noodfondsen openen. Ook nu wordt daar weer over gesproken. Voor huishoudens die direct in de knel komen is dat relevant en soms noodzakelijk. Maar structureel maakt het mensen niet minder afhankelijk van prijsschokken. Het dempt de pijn, maar verlaagt de energievraag niet. Daar zit precies het verschil tussen crisisbeleid en toekomstbestendig beleid. Een noodfonds is een vangnet. Verduurzaming is risicoreductie. De SER zegt eigenlijk hetzelfde, maar dan breder Dat beeld sluit nauw aan bij het nieuwe SER-advies Energie voor iedereen , vastgesteld op 19 maart 2026. De SER stelt dat verduurzaming van de gebouwde omgeving essentieel is voor een betaalbare en beheersbare energierekening, maar dat de voortgang achterblijft. Huishoudens en kleine ondernemers willen vaak wel verduurzamen, maar lopen vast op gebrek aan financiële ruimte, onzekerheid, complexe regelingen, afhankelijkheid van anderen en instabiel beleid. De SER pleit daarom voor een mensgerichte, inclusieve aanpak die het handelingsvermogen van burgers vergroot. Dat is een belangrijk inzicht. De energietransitie is niet alleen een technische of klimaatopgave, maar ook een uitvoeringsvraagstuk. Mensen moeten kunnen handelen. En daarvoor zijn duidelijkheid, betaalbaarheid en eenvoud cruciaal. Budgetneutraal verduurzamen wordt daarmee logischer Juist in deze context is budgetneutraal verduurzamen interessant. Niet als slogan, maar als praktisch principe: maatregelen zo kiezen en financieren dat de maandlasten beheersbaar blijven en idealiter worden opgevangen door lagere energiekosten. Dat vraagt om een slimme mix van isolatie, installaties, subsidies en passende financiering. Daarvoor is ook instrumentarium beschikbaar. De Rijksoverheid wijst erop dat ISDE-subsidies en financiering via het Nationaal Warmtefonds de energierekening structureel kunnen verlagen. Voor lage en middeninkomens bestaan bovendien gunstige leenvoorwaarden; in eerdere communicatie meldde het Rijk dat veel huishoudens hierdoor rentevrij kunnen lenen. Ook inhoudelijk is de logica helder. Milieu Centraal benadrukt dat isolatie direct leidt tot minder warmtevraag en dus minder energieverbruik. Bij hybride warmtepompen noemt Milieu Centraal gemiddeld circa 60% minder gasverbruik voor verwarming, naast een lagere energierekening en beschikbare subsidie. Niet elke woning is hetzelfde, maar de richting is duidelijk: minder verbruik betekent meer grip. Van reactief compenseren naar structureel verlagen De kernvraag is daarom niet alleen of het kabinet opnieuw moet compenseren. De kernvraag is hoe we huishoudens sneller helpen om structureel minder kwetsbaar te worden. Dat vraagt om: helder advies, eenvoudige uitvoering, toegankelijke financiering, en maatregelen die direct effect hebben op de energierekening. Daar ligt ook de kans voor geldverstrekkers, adviseurs, gemeenten en uitvoerende partijen. Wie verduurzaming weet te vertalen naar begrijpelijke keuzes en haalbare maandlasten, helpt niet alleen het klimaat, maar ook de betaalbaarheid van wonen. Mijn conclusie De actuele energiecrisis laat opnieuw zien hoe kwetsbaar veel huishoudens zijn voor externe schokken. Tijdelijke steun blijft belangrijk voor wie het direct nodig heeft. Maar wie alleen compenseert, blijft achter de feiten aanlopen. De verstandigste route is om de energievraag zelf omlaag te brengen en verduurzaming zo te organiseren dat die financieel uitvoerbaar wordt. Niet afwachten dus. Juist nu is het moment om van compensatie naar structurele verlaging te bewegen — en waar mogelijk budgetneutraal te verduurzamen.
- Funderingslabel legt pijnlijk probleem bloot in hypotheekketen
De introductie van een nieuw funderingslabel lijkt op het eerste gezicht een logische stap. Meer transparantie over de staat van woningen is immers goed voor kopers, adviseurs en geldverstrekkers. Toch laat de eerste berichtgeving een ander beeld zien. Kopers worden pas ná aankoop geconfronteerd met funderingsrisico’s. Met directe gevolgen: een lagere leencapaciteit en mogelijk tienduizenden euro’s aan extra kosten. Dat is geen kinderziekte van een nieuw label. Dit is een fundamentele ontwerpfout in de keten. Het echte probleem: informatie komt te laat De woningmarkt is ingericht als een keten van stappen: Oriëntatie Bieden Aankoop Hypotheekadvies Acceptatie Funderingsinformatie wordt nu pas laat in deze keten zichtbaar — soms zelfs na aankoop. Dat zorgt voor drie structurele problemen: 1. Verkeerde biedingen Kopers bieden zonder volledig risicobeeld. 2. Onbetrouwbare financiering Hypotheekberekeningen blijken achteraf niet te kloppen. 3. Vertraging en uitval Dossiers moeten opnieuw beoordeeld worden of vallen helemaal uit. Dit is inefficiënt, kostbaar en ondermijnt vertrouwen in het proces. Dit raakt direct aan leennormen en risico-inschatting Voor geldverstrekkers is funderingsproblematiek geen detail, maar een kernrisico: Waardevermindering van het onderpand Toekomstige herstelkosten Hogere kans op betalingsproblemen Dat een funderingslabel impact heeft op de maximale hypotheek is dus logisch. Wat níet logisch is: Dat deze informatie pas beschikbaar komt nadat financiële beslissingen al zijn genomen. De parallel met verduurzaming (en waarom dit voorspelbaar was) Dit probleem kennen we al langer uit de verduurzamingshoek. Ook daar zien we: Subsidies die pas laat in beeld komen Energiebesparing die niet wordt meegenomen in leencapaciteit Adviseurs die moeten werken met incomplete informatie De rode draad: Relevante woningdata zit niet op het juiste moment in de klantreis. Funderingsrisico’s zijn simpelweg de volgende categorie die dit probleem zichtbaar maakt. De oplossing zit niet in meer labels, maar in betere integratie Nog een label toevoegen is niet de oplossing. De echte oplossing zit in wanneer en waar die informatie beschikbaar komt. Wat nodig is: 1. Vroegtijdig inzicht (oriëntatiefase) Kopers moeten vóór een bod weten: Wat is het funderingsrisico? Wat zijn de potentiële herstelkosten? 2. Integratie in hypotheekadvies Adviseurs moeten automatisch inzicht krijgen in: Impact op leencapaciteit Beschikbare subsidies en financieringsopties 3. Gebruik van brondata en automatisering Geen handmatige rapporten, maar: Data uit registraties Geautomatiseerde risicomodellen Directe vertaling naar financiële consequenties Van risico naar kans: betere besluitvorming Als we dit goed inrichten, verandert het speelveld fundamenteel. Voor kopers: Betere keuzes Minder verrassingen Realistisch biedgedrag Voor banken: Betere risicomodellen Minder uitval in acceptatie Stabielere portefeuilles Voor de markt: Snellere transacties Meer transparantie Betere aansluiting tussen woningkwaliteit en financiering Dit is precies waar de markt nu naartoe moet De technologie om dit te realiseren is er al. In mijn werk zie ik dagelijks dat het mogelijk is om: Woningdata Funderingsrisico’s Verduurzamingsmaatregelen Subsidies en financiering samen te brengen in één geïntegreerd advies. Niet achteraf, maar aan de voorkant van de klantreis. Conclusie Het funderingslabel legt geen nieuw probleem bloot. Het maakt een bestaand probleem zichtbaar. Zolang cruciale woninginformatie pas laat in het proces beschikbaar komt, blijven we: Verkeerde beslissingen faciliteren Risico’s verkeerd inschatten Onnodige kosten creëren De volgende stap is duidelijk: integreer deze inzichten vóór het hypotheekadvies. Wie dat goed doet, heeft niet alleen betere processen — maar bouwt ook aan een toekomstbestendige woningmarkt. Benieuwd hoe dit eruitziet in de praktijk? Bekijk hier de presentatie over de verduurzamingstoolbox op het SEH congres waarin funderingsrisico's een belangrijke plek inneemt:
- AFM Consumentenmonitor Q4 2025: verduurzaming gebeurt – maar vooral met spaargeld
Wat dit betekent voor hypotheekadvies, geldverstrekkers en de volgende stap: financiering en subsidies ‘in het gesprek’ krijgen. De AFM publiceerde op 24 februari 2026 de Consumentenmonitor Hypotheekbezitters (veldwerk oktober 2025). De uitkomst is dubbel: woningeigenaren verduurzamen steeds vaker, maar betalen dat meestal uit eigen zak. Dat is een gemiste kans, want juist financierings- en subsidiemogelijkheden kunnen de drempel verlagen voor de groep die wel wil, maar het niet haalbaar denkt te maken. De belangrijkste inzichten Vier op de tien hypotheekbezitters heeft het afgelopen jaar de woning (verder) verduurzaamd. Wie verduurzaamt, financiert dit vooral met spaargeld: ruim 8 op de 10 betaalt volledig uit eigen middelen. Een groeiende groep financiert ‘op een andere manier’ (bijv. gemeentelijke subsidie, VvE-financiering, Warmtefonds of persoonlijke lening). Ruim 1 op de 10 verduurzamers sloot een extra hypotheek af voor de financiering – vrijwel altijd met advies (11% met advies versus 1% zonder). Gebruik van de ISDE-subsidie stijgt (van 10% in 2023 naar 15% in 2025), terwijl het gebruik van andere initiatieven beperkt blijft (Warmtefonds rond 7%). Het aantal consumenten dat ooit proactief is benaderd door adviseur of verstrekker is bijna verdubbeld (van 1 op de 20 in 2022 naar bijna 1 op de 10 in 2025), maar blijft nog bescheiden. Mijn duiding: ‘bekendheid’ groeit, maar ‘toepassing’ blijft achter De trend is positief: meer mensen kennen financierings- en subsidieregelingen. Maar in de praktijk blijkt het nog lastig om die regelingen te vertalen naar een concreet besluit: “Wat kan ik doen, wat kost het, wat levert het op, en hoe regel ik het zonder gedoe?” Als het antwoord niet snel en betrouwbaar in beeld komt, wint spaargeld (of uitstel) het bijna altijd. In mijn opdrachten bij geldverstrekkers en (keten)partijen werk ik precies aan dit knelpunt: verduurzaming onderdeel maken van het normale hypotheekproces – met brondata, slimme berekeningen en tooling die adviseurs en klanten helpt om opties te vergelijken en meteen te zien welke financieringsroutes en subsidies passen. De AFM-cijfers bevestigen wat ik in de praktijk zie: als je de ‘financiële haalbaarheid’ en de ‘route naar uitvoering’ niet eenvoudig maakt, blijft verduurzaming een goed voornemen. En dat geldt zowel bij aankoop (transactiemoment) als bij bestaande woningeigenaren. Wat adviseurs, geldverstrekkers en ketenpartners hier morgen al mee kunnen Maak financieringsopties standaard onderdeel van het gesprek. Niet als ‘extra onderwerp’, maar als keuzehulp: spaargeld, meefinancieren in de hypotheek, consumptief krediet, Warmtefonds, VvE, gemeentelijke/landelijke subsidies. Werk met een simpele budgetneutrale check. Laat direct zien wanneer de maandlast (financiering) gelijk of lager kan uitvallen door energiebesparing. Dat maakt ‘haalbaarheid’ tastbaar. Automatiseer de ‘subsidie- en regelingencheck’. Niet elke adviseur kan elke regeling paraat hebben. Koppel een actuele regelingenlaag aan klant- en woningdata zodat het advies sneller en consistenter wordt. Stuur op proactieve service (maar wél AFM-proof). De AFM ziet ruimte voor proactiever informeren. Door klanten gericht te benaderen op relevante momenten (renteherziening, verbouwing, verhuizing, labelstap) wordt het gesprek normaler. Sluit de uitvoering aan op het advies. Veel klanten haken af door ‘regelwerk’. Een duidelijke route (offerte, financiering, subsidie-aanvraag, uitvoering) verhoogt conversie – en verlaagt faalkosten. Wil je dit vertalen naar jouw klantreis of hypotheekplatform? Ik help geldverstrekkers, adviesketens en softwarepartijen om verduurzaming werkbaar te maken in het advies- en acceptatieproces: van brondata en berekeningen tot integratie in tooling. Stuur me een bericht, dan kijken we samen waar in jouw proces de grootste ‘frictie’ zit en hoe je die oplost. Bronnen · AFM (24-02-2026). ‘Meer woningeigenaren bekend met financierings- en subsidiemogelijkheden voor woningverduurzaming’ (persbericht). · AFM (2026). Consumentenmonitor Hypotheekbezitters Q4 2025 (rapport, veldwerk oktober 2025).
- Samen maken we verduurzaming toegankelijker
Introductie Verduurzamingstoolbox tijdens InFinance Talkshow Kansen & Visies – vrijdag 27 februari 2026 Verduurzaming is niet meer weg te denken uit het hypotheekadvies. En toch hoor ik in de praktijk nog elke week hetzelfde: de informatie is versnipperd, regelingen veranderen, tools sluiten niet goed op elkaar aan en het is daardoor lastig om verduurzaming echt goed en efficiënt mee te nemen in het adviesgesprek. Juist daarom vind ik het waardevol dat we op vrijdag 27 februari 2026 in de InFinance Talkshow Kansen & Visies het gesprek voeren over een belangrijk kantelpunt: hoe maken we verduurzaming structureel toegankelijker voor adviseurs én consumenten? Tijdens de talkshow introduceren we de Verduurzamingstoolbox en brengen we beleid, praktijk en ketenpartijen bij elkaar om te bespreken waar we nu staan, wat beter kan en wat er nodig is om echt schaal te maken. Waarom een Verduurzamingstoolbox? De hypotheekadviseur krijgt steeds vaker vragen over isolatie, warmtepompen, subsidies, energielabels en financieringsmogelijkheden. Tegelijkertijd is het moeilijk om in het adviesproces: snel de juiste informatie te vinden, te bepalen wat relevant is voor de klant, én het vervolgens goed te borgen richting dossier en vervolgproces. De Verduurzamingstoolbox is bedoeld om die kloof te dichten: minder zoeken, meer toepassen. Niet als extra “losse tool”, maar als praktische ondersteuning die aansluit op de adviespraktijk. Talkshow: beleid, keten en adviespraktijk aan één tafel In de talkshow gaan Alex Klein en Dominique van de Heide Wijma in gesprek met een sterke mix van mensen die ieder een ander deel van de puzzel vertegenwoordigen: Jennifer op ’t Hoog – Directeur HDN Over ketensamenwerking en standaarden: wat is er nodig om verduurzaming echt goed in processen en systemen te laten landen? Anneke van Kempen – Beleidsmedewerker Energiebeleid Gebouwde Omgeving, ministerie van VRO Over de beleidskant: welke richting wordt ingezet en hoe zorgen we dat het in de praktijk werkbaar blijft? Maaike Verhoef – Eigenaar & adviseur, Advies met M.I.N.T. Over de werkelijkheid aan tafel: wat werkt wel, wat werkt niet, en waar lopen adviseurs dagelijks tegenaan? Frank Heuts – Senior Marketeer, Obvion Hypotheken Over de rol van geldverstrekkers: hoe sluit je aan op klantbehoeften en hoe maak je verduurzaming onderdeel van de dienstverlening? De kernvraag: wat moet er beter? Wat mij betreft draait het om drie verbeterpunten die steeds terugkomen: Eén begrijpelijk verhaal voor klant én adviseur Geen versnippering in bronnen, maar consistente informatie en logica. Toepasbaarheid in het adviesgesprek Verduurzaming moet niet “erbij” komen, maar inpasbaar zijn in het bestaande proces. Slimme inzet van data en tooling Niet meer handmatig puzzelen, maar ondersteuning met brondata en ketenafspraken die het werk juist lichter maken. Volg de talkshow Wil je weten hoe de Duurzaamheidstoolbox eruitziet, welke richting partijen kiezen en waar de kansen liggen voor adviseurs? Kijk dan mee met de InFinance Talkshow Kansen & Visies op vrijdag 27 februari 2026
- Verduurzaming binnen AFM-kaders: zo maak je het werkbaar in het hypotheekadvies (SEHkie 2026)
Verduurzaming is inmiddels een vast onderwerp aan de adviestafel. Toch hoor ik nog vaak hetzelfde van hypotheekadviseurs: de informatie is versnipperd, verandert continu en is lastig om “goed” te verwerken in het advies én het dossier . En precies daar zit de spanning: je wilt klanten vooruithelpen met concrete opties, maar je wilt ook netjes werken binnen de AFM-kaders voor inventarisatie, advies en dossiervorming . Daarom geef ik tijdens SEH Kennis & Innovatie Event 2026 (SEHkie 2026) een masterclass: “Verduurzaming in lijn met AFM-kaders: zo maak je het werkbaar in het hypotheekadvies.” Ik doe dit samen met Mieke Pels , Beleidsmedewerker Energietransitie Gebouwde Omgeving bij het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) . Vanuit VRO en HDN brengen we beleid, praktijk en ketenlogica bij elkaar — met één doel: verduurzaming praktisch en uitvoerbaar maken voor adviseurs . Wat je uit de masterclass haalt In de sessie zoomen we in op drie dingen waar het in de praktijk vaak misgaat (of onnodig ingewikkeld wordt): Wat vraagt verduurzaming van je adviesproces? Welke informatie heb je écht nodig in de inventarisatie, hoe verwerk je dit in je advies, en hoe zorg je dat de onderbouwing klopt in het dossier? Data en tooling als versneller (in plaats van extra werk) Welke rol kunnen data en slimme tooling spelen om het adviesgesprek juist eenvoudiger te maken — en niet zwaarder? Van inzicht naar implementatie in software en standaarden We delen concrete aanknopingspunten voor implementatie richting hypotheekadviesoftware en ketenstandaarden (waar HDN een belangrijke rol speelt).
- Expert review: NVM laat zien waarom “budgetneutraal verduurzamen” nu schaalbaar wordt
In deze NVM/brainbay-publicatie Duurzaam Wonen (december 2025) wordt verduurzaming eindelijk neergezet zoals het in de praktijk werkt: niet als morele keuze, maar als een financieel-rationele stap die waarde, comfort en betaalbaarheid samenbrengt. Wat mij als expert direct opvalt Energielabel is hard geld geworden. NVM/brainbay becijfert dat een woning met label A gemiddeld circa €74.000 meer waard is dan een vergelijkbare woning met label G (ongeveer 17% verschil), puur op energieprestatie. Verduurzamen betaalt zich meestal dubbel terug via woningwaarde. Op basis van 30.000 adviezen: isolatie levert gemiddeld een terugverdienfactor van 2,2 ; isolatie + installaties gemiddeld 1,9 . En in 87% (isolatie) tot 91% (combi) is de waardestijging groter dan de kosten—zelfs zónder subsidies in de berekening. De echte bottleneck is niet techniek, maar “houvast”. Labels zijn vaak verouderd, veel mensen handelen pas als de businesscase klopt, en kwetsbare groepen (lager inkomen, ouderen, VvE’s) lopen tegen drempels aan. Dat staat haaks op de marktdruk die NVM laat zien: kopers letten steeds meer op totale maandlasten (hypotheek + energie). Waarom dit één-op-één aansluit op de Verduurzamingstoolbox De NVM introduceert met de Verduurzamingsscan een richting die ik al langer zie als “de missing link”: direct na bezichtiging een concreet scenario-overzicht met maatregelen, kosten, energiebesparing, labelstap én verwachte waardestijging. Dat is precies wat je nodig hebt om verduurzaming in het hypotheekproces te krijgen: snel, vergelijkbaar, herhaalbaar en onderbouwd. Alleen: zolang dit soort inzichten “naast” het hypotheekadvies staan (pdf’s, losse tools, handwerk), schaal je niet. Je moet het in de klantreis en in de advies- en acceptatie systemen bouwen. De oplossing die hier logisch uit volgt Wat je nu kunt realiseren (en waar de Verduurzamingstoolbox voor bedoeld is), is een gestandaardiseerde set berekeningen en services die: Scenario’s doorrekent op maandlasten i.p.v. losse maatregelen Hypotheeklast (incl. energiebespaarbudget/bouwdepot) + energielast = nieuwe maandlast Doel: budgetneutraal of aantoonbaar “betaalbaar” (met bandbreedtes en aannames transparant) Label- en waarde effecten meeneemt als onderdeel van de businesscase Niet alleen “besparing”, maar ook onderpandwaarde / risico en dus relevant voor geldverstrekkers NVM-data laat zien dat de markt dit al prijst; dus je wil dit ook in je advieslogica hebben. Subsidies en lokale regelingen automatisch toepast Omdat het rapport expliciet benoemt dat juist doelgroepen met minder ruimte achterblijven, moet je drempels verlagen met automatische regeltoepassing en “wat kan ik nu doen?”-advies. Eén standaard voor meerdere adviespakketten Zodat adviseurs niet per pakket een andere uitkomst krijgen En je ketenpartners (banken, intermediairs, gemeenten) dezelfde waarheid laten gebruiken Mijn advies aan lezers Lees dit rapport niet als “weer een duurzaamheidsstuk”, maar als bewijs dat verduurzaming inmiddels marktlogica is. Wie dit slim integreert in software en processen, maakt verduurzaming: sneller bespreekbaar (minder zoektijd, meer zekerheid), beter financierbaar (maandlastgedreven), en beter opschaalbaar (standaard scenario’s + brondata). Als je dit interessant vindt voor jouw organisatie: de stap is nu om van losse tools naar ketenklare services te gaan—precies het gat dat de Verduurzamingstoolbox kan vullen.
- Kabinetsreactie op het advies "De Olifant onder de Kamer" over funderingsproblematiek
In deze kamerbrief (4 juli 2025) reageert het kabinet op het advies “De Olifant onder de kamer” over de snel groeiende funderingsproblematiek. De kern: funderingsschade raakt steeds meer woningen, met grote financiële én sociale impact, en vraagt een langjarige aanpak met samenwerking tussen Rijk, medeoverheden en marktpartijen (banken, verzekeraars, bouwsector). Het kabinet kiest voor een nationale aanpak met drie sporen: (1) de randvoorwaarden organiseren, (2) individuele woningeigenaren ondersteunen en (3) een gebiedsgerichte aanpak ondersteunen waar problemen zich opstapelen. Een belangrijk onderdeel is het opbouwen van betrouwbare data en risicomodellen en uiteindelijk één publieke informatievoorziening met funderingsinformatie, met regie op kwaliteit en standaardisatie. Ook wil het kabinet dat funderingsinformatie vroeg in het woningtransactieproces beschikbaar komt: idealiter al bij verkoop/advertentie, zodat kopers het kunnen meewegen vóórdat ze bieden. Daarom gaat het Rijk met marktpartijen (o.a. kredietverstrekkers) werken aan een standaard voor risico-inschatting, aanvullend onderzoek en gevolgen voor kredietverstrekking. Financieel is er voor 2025–2028 €56 miljoen beschikbaar voor de aanpak, plus €20 miljoen extra storting in 2026 voor het Fonds Duurzaam Funderingsherstel . Dat fonds heeft sinds 1 juli 2025 landelijke werking en ondersteunt eigenaren die financiering niet rond krijgen via de reguliere hypotheekmarkt. Tot slot start het kabinet met een gebiedsgerichte “leeraanpak” in o.a. Friesland, Emmen, Rivierenland, Zaanstad, Rotterdam en Dordrecht om kennis en interventies sneller te ontwikkelen en te delen.
- De Olifant onder de kamer
Een nationale aanpak funderingsproblematiek vanuit drie benaderingen De olifant onder de kamer: funderingsrisico hoort óók in de verduurzamingstoolbox Bij verduurzaming kijken we terecht naar isolatie, installaties en subsidies, maar er is nog een factor die vaak te laat wordt meegenomen: funderingsrisico . Het rapport “De Olifant onder de kamer” laat zien dat funderingsproblematiek een groeiend thema is en grote financiële impact kan hebben voor kopers. Funderingsschade hangt bovendien steeds vaker samen met veranderend klimaat : langdurige droogte kan grondwaterstanden verlagen en daarmee het risico vergroten, terwijl extreme neerslag en wateroverlast ook funderingen kan aantasten. Daarom past funderingsinformatie logisch in de verduurzamingstoolbox : het is niet alleen een financieel/technisch thema, maar óók klimaatadaptatie . Als de fundering onzeker is, beïnvloedt dat de waarde en financierbaarheid, maar ook hoeveel ruimte er nog is voor verduurzamingsinvesteringen. Het doel is niet om kopers af te schrikken, maar om eerder realistische keuzes te kunnen maken. Cruciaal is dat deze data niet pas bij taxatie of keuring opduikt, maar zo vroeg mogelijk in het proces beschikbaar is. Wat mij betreft hoort dat dus niet alleen bij de hypotheekadviseur, maar óók bij de makelaar, in de woningpresentatie of dataroom. Dan kan een koper het risico meewegen in bod, financiering en planning van maatregelen. Zo ontstaat een vollediger beeld van “wat kan wél, wat kan later, en wat vraagt eerst aandacht” — en voorkom je verrassingen achteraf.
- Waarom de EU Taxonomie vastloopt in vastgoed
De ambities zijn helder: een duurzame gebouwde omgeving. Toch worstelen banken met de Green Asset Ratio (GAR). Uit een gezamenlijke analyse van de EEM NL Hub en het Duitse VDP blijkt dat de regels vaak te complex zijn voor de praktijk. Knelpunt: Theorie vs. Praktijk De criteria van de EU Taxonomie sluiten niet goed aan bij nationale wetgeving zoals de EPBD. Hierdoor kunnen veel duurzame woningen niet als 'groen' worden gerapporteerd, wat de financiering remt. De Oplossingen Harmonisatie: Laat nationale NZEB-definities leidend zijn voor de 'Top 15%'. Vereenvoudiging: Accepteer standaard labelstappen in plaats van complexe PED-berekeningen voor renovaties. Data toegang: Creëer een wettelijke basis (National Access Point) zodat banken GDPR-proof bij EPC-data kunnen.
- Verduurzaming dient integraal in adviessoftware te komen volgens AFM, NHG en KPMG.
Gezamenlijke conclusie (NHG + AFM + KPMG): Alle drie bronnen wijzen dezelfde richting op: verduurzaming moet onderdeel worden van de standaard adviesworkflow. De noodzaak zit niet alleen in ‘maatschappelijke ambitie’, maar ook in uitvoerbaarheid (tijd/complexiteit) en verwachtingen aan het adviesproces. Daarom is een integratie met een ketenservice logisch: consistente data/regels/logica, herbruikbaar voor alle pakketten, met rapportage-output voor het dossier. Roadmap adviespakketten: NHG benoemt expliciet dat ‘verduurzaming volledig in de adviessoftware’ verankerd moet worden en dat versnippering via losse tools een knelpunt is. De AFM geeft aan dat verduurzaming in het adviestraject besproken hoort te worden (o.a. energielabel, leenruimte, productkeuze en financieringsopties). KPMG onderbouwt dat tijdsdruk en complexiteit structurele integratie belemmeren en dat praktische tools en gesprekshulpen tijd besparen en consistentie brengen.
- Inkomenseffecten van woningverduurzaming
Centraal Planbureau, TNO, Planbureau voor de Leefomgeving Verduurzamen loont vaak, maar vooral als de woning “past” bij de maatregel. In deze studie blijken woningkenmerken (zoals oppervlakte , bouwperiode en stookgedrag ) veel bepalender voor de financiële uitkomst dan inkomen. All-electric (elektrische warmtepomp + vergaande isolatie) is met het huidige beleid voor meer dan de helft van woningeigenaren en bijna de helft van particuliere huurders financieel gunstig. Voor circa 40% is dit zelfs de beste optie. Het werkt vooral goed bij kleinere woningen , omdat isoleren daar relatief minder kost. Bij corporatiewoningen maakt “ gratis isolatie ” all-electric voor vrijwel alle zittende huurders de meest aantrekkelijke keuze. Waar isoleren tot de isolatiestandaard niet rendabel is, is alleen een hybride warmtepomp vaak wél interessant: voor bijna driekwart van alle huishoudens is dit financieel gunstig, en voor ongeveer 40% van woningeigenaren en particuliere huurders de beste optie. Dit geldt met name voor grotere woningen , waar isoleren duurder uitvalt. Keerzijde: wie al een hybride warmtepomp heeft, voelt vaak minder prikkel om daarna nog vergaand na te isoleren. Het stimuleringsbeleid is cruciaal: zonder beleid is “niets doen” voor meer dan de helft financieel gunstiger; met beleid geldt dat nog maar voor 10% . Tegelijk zegt een positieve businesscase niet automatisch dat mensen het ook doen: financieringsbeperkingen, gedoe/overlast en andere prioriteiten zijn niet meegenomen. Ook zijn comfort, gezondheid en woningwaardestijging niet expliciet doorgerekend. Tot slot geeft de studie een statisch beeld: in de praktijk verloopt verduurzaming geleidelijk , mede door schaarste aan arbeid/materialen en beperkingen op het elektriciteitsnet. De analyse kijkt alleen naar het huishoudperspectief , niet naar maatschappelijke kosten en baten.












