top of page

Kenniscentrum

Search this site

28 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Een toekomstbestendige woning gaat niet alleen over energie

    Bij het verduurzamen van woningen denken we al snel aan isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en een beter energielabel. Logisch, want energieverbruik en CO₂-uitstoot zijn belangrijke thema’s. Maar een toekomstbestendige woning vraagt inmiddels om een bredere blik. Ook water wordt een steeds belangrijker onderdeel van de verduurzamingsopgave. Een artikel in het AD over een nieuwbouwproject in Leerdam is daar een mooi voorbeeld van. Bij 34 woningen wordt onder iedere woning een grote waterzak geplaatst waarin ongeveer 4.500 liter regenwater kan worden opgeslagen. Dat regenwater kan vervolgens via een apart leidingstelsel worden gebruikt voor bijvoorbeeld het doorspoelen van het toilet, het besproeien van de tuin en eventueel de wasmachine. (⁠De Ondernemer) Ik vind dat een interessante en innovatieve manier om woningen toekomstbestendiger te maken. Waarom drinkwater gebruiken als dat niet nodig is? In Nederland zijn we eraan gewend geraakt dat schoon drinkwater vrijwel onbeperkt beschikbaar is. Daardoor gebruiken we drinkwater ook voor toepassingen waarvoor drinkwaterkwaliteit eigenlijk helemaal niet noodzakelijk is. Een toilet hoeft niet met drinkwater te worden doorgespoeld. Ook voor het besproeien van een tuin kan regenwater prima worden gebruikt. Door regenwater lokaal op te vangen, ontstaat daarmee een dubbele winst. We verminderen het gebruik van drinkwater én houden tijdens hevige regenval meer water lokaal vast. Het Rijk noemt het opvangen en hergebruiken van regenwater daarom ook expliciet als onderdeel van klimaatadaptief bouwen. (⁠Volkshuisvesting Nederland) Dat laatste wordt naar mijn mening nog wel eens onderschat. We moeten ons tegelijkertijd voorbereiden op perioden van droogte én perioden met juist heel veel neerslag. Water tijdelijk opslaan en later weer gebruiken, helpt bij beide uitdagingen. Van energietransitie naar toekomstbestendig wonen Ik houd me dagelijks bezig met het verduurzamen van woningen en vooral met de vraag hoe we verduurzaming eenvoudiger, betaalbaarder en beter toegankelijk kunnen maken. Daarbij zie ik dat we de definitie van verduurzaming langzaam moeten verbreden. Een woning van de toekomst is wat mij betreft niet alleen energiezuinig. Hij moet ook: zo min mogelijk energie verspillen; duurzame energie kunnen gebruiken; comfortabel blijven tijdens warme zomers; bestand zijn tegen extremere weersomstandigheden; slim omgaan met regen- en drinkwater; en financieel aantrekkelijk blijven voor de eigenaar. Wateropslag past heel logisch in dat rijtje. Het mooie van een oplossing zoals een waterzak onder een woning is bovendien dat bestaande ruimte wordt benut. Regenwaterzakken kunnen bijvoorbeeld in kruipruimtes worden geplaatst en gekoppeld worden aan een filter, pomp en afzonderlijk leidingnet voor toilet, wasmachine of buitenkraan. Dergelijke oplossingen zijn niet alleen voor nieuwbouw denkbaar, maar kunnen technisch ook bij bestaande woningen worden toegepast. (⁠Mijn Waterfabriek) Water verdient een plek in de verduurzamingsberekening Daar ligt wat mij betreft ook een interessante volgende stap. We rekenen bij verduurzaming inmiddels steeds beter aan investeringen, energiebesparing, subsidies, financiering, energielabels en maandlasten. Maar klimaatadaptieve maatregelen zitten nog nauwelijks in die berekeningen. Wat kost een wateropslagsysteem?Hoeveel drinkwater bespaart een huishouden ermee?Welke bijdrage levert het aan klimaatadaptatie?Zijn er lokale subsidies beschikbaar?En wat doet een combinatie van energie- én watermaatregelen met de toekomstbestendigheid en uiteindelijk de waarde van een woning? Dat zijn vragen die steeds relevanter worden. Gemeenten kunnen daar eveneens een belangrijke rol in spelen. Watervriendelijk bouwen kan bijvoorbeeld worden gestimuleerd via eisen en waardering bij aanbestedingen, bouwconvenanten en lokaal beleid. (⁠Drinkwaterplatform) Niet iedere woning heeft morgen een waterzak nodig Ik denk niet dat we nu onmiddellijk onder iedere Nederlandse woning een watertank of waterzak moeten leggen. Maar dit soort projecten laten wel zien welke kant we op bewegen. De woning van de toekomst wordt steeds meer een klein systeem waarin energie, warmte, elektriciteit en water slim worden opgewekt, opgeslagen en hergebruikt. Daarbij moeten we niet alleen kijken naar wat een woning vandaag verbruikt, maar vooral naar wat een woning de komende twintig of dertig jaar nodig heeft. Een woning toekomstbestendig maken betekent daarom meer dan alleen de energierekening verlagen. Wateropslag en klimaatadaptatie verdienen wat mij betreft een volwaardige plek naast isolatie, duurzame installaties en energieopwekking. De waterzak onder de vloer is misschien maar één oplossing. Maar het denken erachter is precies de ontwikkeling die we nodig hebben.

  • Betaalbare verduurzaming begint niet bij subsidies, maar bij inzicht

    De afgelopen jaren is de betaalbaarheid van energie uitgegroeid tot één van de grootste maatschappelijke vraagstukken. Zodra de energieprijzen stijgen, verschuift de aandacht vrijwel direct naar compensatieregelingen, belastingmaatregelen of tijdelijke steun voor huishoudens. Begrijpelijk, want niemand wil dat mensen hun energierekening niet meer kunnen betalen. Toch denk ik dat we inmiddels op een kantelpunt zijn aangekomen. Een nieuw onderzoek van TNO laat zien dat de echte oplossing niet ligt in het blijven compenseren van hoge energiekosten, maar juist in het structureel verlagen van de energievraag. Niet de energierekening zelf moet centraal staan, maar de woning waar die energierekening uit voortkomt. Dat sluit naadloos aan bij waar ik mij de afgelopen jaren met You Are On voor inzet. Wie alleen naar landelijke gemiddelden kijkt, krijgt namelijk een vertekend beeld. Gemiddeld besteden Nederlandse huishoudens ongeveer zeven tot acht procent van hun inkomen aan energie en brandstof. Dat lijkt misschien beheersbaar, maar achter dat gemiddelde gaan enorme verschillen schuil. Huishoudens met een laag inkomen besteden gemiddeld bijna drie keer zoveel van hun inkomen aan energie als huishoudens met een hoog inkomen. Bovendien blijken inwoners buiten de Randstad structureel kwetsbaarder doordat woningen gemiddeld minder energiezuinig zijn en de afhankelijkheid van de auto groter is. Dat bevestigt precies wat ik in de praktijk dagelijks tegenkom. Wanneer ik met banken, overheden of hypotheekorganisaties spreek over verduurzaming, gaat het gesprek vaak over subsidies of financiering. Natuurlijk zijn die belangrijk. Maar uiteindelijk bepalen ze niet of een woning betaalbaar wordt. De grootste factor blijft simpelweg hoeveel energie een woning nodig heeft om comfortabel te kunnen wonen. Een slecht geïsoleerde woning zorgt niet alleen voor een hogere energierekening, maar ook voor hogere energiebelastingen. TNO laat zien dat huishoudens in woningen met een slechte energetische kwaliteit honderden euro’s per jaar meer aan energiebelasting betalen dan vergelijkbare huishoudens in goed geïsoleerde woningen. Dat betekent dat juist de woningen die het meeste energie verbruiken, ook het zwaarst worden belast. Daarom geloof ik dat verduurzaming veel meer is dan een klimaatopgave. Het is in de eerste plaats een betaalbaarheidsvraagstuk. Misschien wel het meest interessante onderdeel van het onderzoek vind ik de scenarioanalyse. Daarin onderzocht TNO wat er gebeurt wanneer woningen beter worden geïsoleerd en huishoudens overstappen op elektrisch rijden. De uitkomst is opvallend: de financiële voordelen van verduurzaming blijken groter te zijn dan de verschillen tussen de verschillende energieprijsscenario’s. Zelfs wanneer energieprijzen langdurig hoog blijven, zijn huishoudens na verduurzaming gemiddeld goedkoper uit dan in de huidige situatie. Dat is een belangrijke constatering. Jarenlang hebben we vooral geprobeerd om de gevolgen van hoge energieprijzen te verzachten. Misschien moeten we ons nu veel meer richten op het voorkomen van hoge energiekosten. Dat vraagt echter om iets anders dan alleen subsidies beschikbaar stellen. De meeste woningeigenaren weten namelijk helemaal niet welke maatregelen voor hun woning interessant zijn, welke regelingen van toepassing zijn of hoe zij de investering kunnen financieren. De informatie bestaat wel, maar zit verspreid over tientallen websites, loketten en organisaties. Juist daar zie ik de grootste uitdaging én de grootste kans. Met You Are On houd ik mij bezig met het verbinden van al die losse puzzelstukken. Niet door nóg een website met informatie te maken, maar door data, regelingen, financieringsmogelijkheden en woninginformatie slim met elkaar te combineren. Zodat een woningeigenaar of financieel adviseur niet alleen ziet welke subsidie beschikbaar is, maar ook direct begrijpt wat de investering betekent voor de maandlasten, het energielabel, de energiebesparing en de totale woonlasten. Die gedachte vormt ook de basis van de HDN Verduurzamingstoolbox waar ik namens HDN, samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), aan werk. Het doel daarvan is niet om nóg een rekentool te ontwikkelen, maar om verduurzaming onderdeel te maken van het reguliere hypotheek- en woonadvies. Niet als ingewikkeld specialistisch onderwerp, maar als een vanzelfsprekend onderdeel van het gesprek over wonen. Wat ik mooi vind aan het TNO-onderzoek is dat het precies laat zien waarom deze ontwikkeling noodzakelijk is. De betaalbaarheid van energie wordt de komende jaren steeds minder bepaald door de hoogte van de energieprijs en steeds meer door de snelheid waarmee huishoudens kunnen verduurzamen. Dat vraagt niet alleen om goed beleid, maar vooral om slimme digitale oplossingen die inwoners helpen om de juiste keuzes te maken. Daar ligt wat mij betreft de echte opgave voor de komende jaren. Niet wachten tot de volgende energiecrisis zich aandient, maar ervoor zorgen dat huishoudens er simpelweg minder kwetsbaar voor worden. Door inzicht te geven, financiering toegankelijk te maken en verduurzaming begrijpelijk te maken. Want pas als verduurzamen eenvoudig én financieel inzichtelijk wordt, kan het op grote schaal onderdeel worden van hoe we in Nederland wonen en financieren.

  • Een gezamenlijke stap naar een eenvoudiger verduurzamingsproces

    De verduurzaming van woningen staat hoog op de maatschappelijke agenda. Toch ervaren veel woningeigenaren dat het lastig is om de juiste keuzes te maken. Welke maatregelen zijn verstandig? Welke subsidies zijn beschikbaar? Hoe financier je de investering? En waar begin je eigenlijk? Om die vragen beter te beantwoorden, ondertekenden het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en een brede groep marktpartijen onlangs een intentieverklaring. Daarmee spreken zij de ambitie uit om het verduurzamingsproces voor consumenten eenvoudiger en toegankelijker te maken. Ik zie deze ontwikkeling als een belangrijke stap. Niet omdat er weer een nieuwe regeling bijkomt, maar juist omdat de aandacht verschuift naar samenwerking tussen alle partijen die een rol spelen in het verduurzamingsproces. De uitdaging zit niet alleen in de techniek Nederland kent inmiddels veel regelingen en initiatieven die verduurzaming stimuleren. Denk aan subsidies, financieringsmogelijkheden, energielabels, maatwerkadviezen en lokale initiatieven. Op zichzelf zijn dat waardevolle instrumenten. De uitdaging is echter dat deze informatie vaak verspreid is over verschillende organisaties en systemen. Daardoor moeten consumenten – en ook hypotheekadviseurs – zelf informatie verzamelen, vergelijken en combineren. Dat kost tijd en maakt het proces onnodig ingewikkeld. Juist daar ligt volgens mij de grootste opgave: niet zozeer het ontwikkelen van nóg meer regelingen, maar het beter met elkaar verbinden van de bestaande informatie, processen en dienstverlening. Samenwerking als sleutel De ondertekende intentieverklaring laat zien dat overheid, banken, verzekeraars, hypotheekadviseurs, softwareleveranciers en andere partijen steeds meer vanuit een gezamenlijke klantreis gaan denken. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Een woningeigenaar heeft immers geen boodschap aan de grenzen tussen organisaties. Hij wil vooral weten welke mogelijkheden er zijn, wat het financieel betekent en welke vervolgstap logisch is. Door informatie beter op elkaar aan te laten sluiten, kan verduurzaming een vanzelfsprekend onderdeel worden van het aankoop- of hypotheekproces, in plaats van een los traject dat pas later in beeld komt. Van beleid naar digitale ondersteuning Vanuit mijn bedrijf You Are On werk ik namens het ministerie van VRO, samen met HDN en diverse marktpartijen, aan de ontwikkeling van de HDN Verduurzamingstoolbox. Het doel van deze toolbox is niet om nóg een afzonderlijke applicatie te bouwen, maar om bestaande verduurzamingsinformatie op een uniforme manier beschikbaar te maken binnen de software die hypotheekadviseurs dagelijks gebruiken. Denk daarbij aan informatie over: Landelijke en lokale subsidies; Financieringsmogelijkheden; Energielabelgegevens; Verduurzamingsmaatregelen; De financiële impact voor de woningeigenaar. Hierdoor hoeft een adviseur niet langer verschillende websites, rekentools en databronnen te raadplegen. De benodigde informatie komt beschikbaar op het moment waarop deze relevant is voor het adviesgesprek. Digitalisering als versneller De energietransitie vraagt niet alleen om nieuwe beleidsmaatregelen, maar ook om slimme digitale ondersteuning. Door betrouwbare brondata en bestaande regelingen op een gestandaardiseerde manier beschikbaar te maken, ontstaat er meer duidelijkheid voor zowel consumenten als professionals. Bovendien wordt de kans groter dat verduurzaming daadwerkelijk wordt meegenomen tijdens een hypotheekadvies of verbouwing. Juist op dat punt zie ik veel potentie. Wanneer adviseurs eenvoudig inzicht kunnen geven in de mogelijkheden én de financiële gevolgen, wordt verduurzaming concreter en beter bespreekbaar. Een belangrijke stap vooruit De intentieverklaring is geen eindpunt. Er zal de komende jaren nog veel moeten gebeuren om processen, systemen en dienstverlening goed op elkaar aan te laten sluiten. Toch vind ik dit een belangrijk moment. Niet omdat alle oplossingen al beschikbaar zijn, maar omdat overheid en marktpartijen gezamenlijk erkennen dat samenwerking de sleutel is tot verdere versnelling. Als we erin slagen om data, processen en dienstverlening beter met elkaar te verbinden, wordt verduurzamen niet alleen eenvoudiger voor professionals in de keten, maar vooral voor de woningeigenaar. En uiteindelijk is dat waar het allemaal om draait.

  • Van isolatieoffensief naar uitvoering: waarom de verduurzamingsreis eenvoudiger moet

    De Kamerbrief over het Nationaal Isolatieoffensief en het Energiehuis laat opnieuw zien hoe groot de verduurzamingsopgave in de gebouwde omgeving is. Het kabinet wil woningen sneller en efficiënter isoleren, met extra aandacht voor huishoudens met lage inkomens en slecht geïsoleerde woningen. Daarvoor is in de Voorjaarsnota €300 miljoen extra beschikbaar gesteld, naast bestaande regelingen zoals de ISDE, lokale subsidies, het Nationaal Warmtefonds en ondersteuning via gemeenten. De richting is duidelijk: isolatie moet niet langer iets zijn waar een woningeigenaar zelf zijn weg in moet vinden. Het moet onderdeel worden van een herkenbare, begrijpelijke en uitvoerbare klantreis. Het probleem is niet alleen geld, maar vooral complexiteit In de brief wordt scherp benoemd waar het in de praktijk vaak misgaat. Er zijn veel subsidies, leningen, regelingen, adviezen en uitvoerende partijen, maar voor bewoners is het aanbod versnipperd en ondoorzichtig. Mensen weten vaak niet waar ze moeten beginnen. Daardoor blijft verduurzaming hangen in goede bedoelingen, terwijl er financieel soms veel meer mogelijk is dan men denkt. Dat herken ik sterk uit de praktijk. In gesprekken met banken, gemeenten, hypotheekadviseurs en softwarepartijen zie ik steeds hetzelfde patroon: de regelingen zijn er wel, maar ze komen niet op het juiste moment samen. Een woningeigenaar krijgt informatie over maatregelen, daarna misschien iets over subsidies, later iets over financiering en soms pas helemaal aan het eind inzicht in maandlasten en besparing. Juist daar zit de vertraging. Het Energiehuis als één herkenbaar startpunt Het aangekondigde Energiehuis moet het centrale en herkenbare punt worden waar bewoners en bedrijven terechtkunnen voor betrouwbare informatie, praktische ondersteuning en ontzorging. Het Energiehuis is daarmee de Nederlandse invulling van de Europese verplichting uit de EPBD IV om een one-stop-shop-systeem in te richten voor ondersteuning bij verduurzaming van gebouwen. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Niet omdat er weer een nieuw loket bijkomt, maar omdat het Energiehuis de bestaande initiatieven juist beter aan elkaar moet verbinden. Het gaat om één samenhangende verduurzamingsreis: van oriëntatie naar advies, uitvoering, financiering en nazorg. Daarmee verschuift de opgave van informeren naar organiseren. De financiële sector krijgt een duidelijke rol Interessant is dat de Kamerbrief nadrukkelijk verwijst naar de samenwerking met de financiële sector, hypotheekadviseurs, hypotheekverstrekkers, makelaars, taxateurs, energieadviseurs en overheidspartijen. De koopketen wordt gezien als een logisch moment om bewoners te helpen begrijpen wat er nodig is om hun woning te isoleren en welke financieringsmogelijkheden daarbij passen. Dat is precies waar veel potentie zit. Bij aankoop, hypotheekadvies of een contactmoment met de bank is er al aandacht voor de woning, de maandlasten en de financiële ruimte van de klant. Als verduurzaming daar logisch in wordt meegenomen, wordt het geen los thema meer, maar onderdeel van normaal financieel advies. Waarom de HDN Verduurzamingstoolbox hierin relevant is In de Kamerbrief wordt ook verwezen naar de ontwikkeling van software die landelijke en lokale subsidies samenbrengt met financieringsvormen van het Nationaal Warmtefonds, SVn en hypotheekaanbieders. Dit is een expliciete verwijzing naar de HDN Verduurzamingstoolbox De HDN Verduurzamingstoolbox kan helpen om deze complexe werkelijkheid praktisch toepasbaar te maken in de keten. Denk aan het ontsluiten en combineren van: Landelijke subsidies zoals ISDE; Lokale subsidies en gemeentelijke regelingen; Het Nationaal Warmtefonds; SVn-leningen; Hypotheekmogelijkheden; Energielabeldata; Effect op maandlasten en mogelijke besparingen. De kracht zit niet alleen in de data zelf, maar vooral in de standaardisatie. Als hypotheekadviseurs, geldverstrekkers, gemeenten en andere partijen op dezelfde manier toegang krijgen tot betrouwbare verduurzamingsdata, wordt het eenvoudiger om bewoners op het juiste moment een concreet handelingsperspectief te geven. Niet: “U kunt misschien verduurzamen.” Maar: “Voor deze woning zijn dit de maatregelen, dit zijn de subsidies, dit zijn de financieringsopties en dit betekent het ongeveer voor uw maandlast.” Van investering naar maandlast Een belangrijk aandachtspunt blijft dat verduurzaming voor veel huishoudens nog voelt als een grote investering. Terwijl het gesprek eigenlijk vaker zou moeten gaan over de netto maandlast. Zeker bij isolatiemaatregelen, subsidies, een 0%-lening via het Warmtefonds of een passende hypotheekoplossing kan verduurzaming in veel situaties veel haalbaarder zijn dan mensen vooraf denken. Daarom is het belangrijk dat tools niet alleen laten zien welke maatregelen technisch verstandig zijn, maar ook wat de financiële consequenties zijn. De combinatie van investering, subsidie, financiering, energiebesparing en eventueel hypotheekvoordeel bepaalt uiteindelijk of iemand in beweging komt. Standaardisatie is randvoorwaarde voor opschaling Het isolatieoffensief zet nadrukkelijk in op standaardisatie, betere regie en samenwerking. Dat is terecht. Zonder standaardisatie blijft elke partij zijn eigen berekening, eigen klantreis en eigen interpretatie gebruiken. Dat leidt tot dubbel werk, hogere kosten en onduidelijkheid voor bewoners. De volgende stap is daarom niet alleen méér regelingen of méér communicatie. De volgende stap is een betere digitale infrastructuur waarin beleid, data, advies en financiering logisch samenkomen. De HDN Verduurzamingstoolbox kan daarin een belangrijke schakel zijn. Niet als vervanging van het Energiehuis, gemeenten of marktpartijen, maar als gestandaardiseerde datalaag die helpt om verduurzaming werkbaar te maken in de dagelijkse praktijk van hypotheekadvies, bancaire klantbediening en gemeentelijke ondersteuning. Conclusie Het Nationaal Isolatieoffensief en het Energiehuis laten zien dat verduurzaming steeds minder een losse beleidsopgave is. Het wordt een uitvoeringsvraagstuk waarin bewoners duidelijkheid, vertrouwen en praktische hulp nodig hebben. De uitdaging is niet alleen om meer woningen te isoleren, maar om de verduurzamingsreis eenvoudiger te maken. Dat vraagt om samenwerking tussen overheid, gemeenten, financiële instellingen, adviseurs en uitvoerende partijen. En vooral om systemen die de beschikbare regelingen, data en financieringsmogelijkheden op het juiste moment bij elkaar brengen. Daar ligt de waarde van initiatieven zoals de HDN Verduurzamingstoolbox: het vertalen van complex beleid naar concrete ondersteuning in de klantreis van de woningeigenaar. Alleen dan wordt verduurzaming niet alleen wenselijk, maar ook uitvoerbaar.

  • ETS2 maakt verduurzaming financieel urgenter voor woningeigenaren

    Vanaf 2028 krijgen Nederlandse huishoudens indirect te maken met een nieuwe Europese CO₂-prijs op fossiele brandstoffen. Dit systeem heet ETS2: het nieuwe Europese emissiehandelssysteem voor onder meer aardgas, benzine en diesel. Dat klinkt technisch, maar de impact is heel concreet. De prijs van aardgas, benzine en diesel zal hierdoor stijgen. Leveranciers moeten betalen voor de CO₂-uitstoot van fossiele brandstoffen en zullen deze kosten naar verwachting doorberekenen aan consumenten. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving kunnen typische Nederlandse huishoudens in 2030 te maken krijgen met €10 tot €70 extra kosten per maand door hogere brandstofkosten. Na 2030 kunnen deze kosten verder oplopen als het prijsmechanisme verandert. Wie veel gas verbruikt, wordt harder geraakt De impact van ETS2 is niet voor ieder huishouden gelijk. Huishoudens in een goed geïsoleerde woning hebben minder aardgas nodig en zijn daardoor minder kwetsbaar voor hogere gasprijzen. Huishoudens in een slecht geïsoleerde woning worden juist harder geraakt. Daarmee wordt verduurzaming steeds minder een abstract klimaatdoel en steeds meer een financieel vraagstuk. Wie niet isoleert, blijft afhankelijk van fossiele energie en loopt het risico dat de maandelijkse energielasten verder stijgen. Dat beeld kwam ook terug in de berichtgeving van het AD: vooral bewoners van slecht geïsoleerde woningen krijgen door de nieuwe CO₂-heffing een sterke prikkel om te isoleren. Het probleem is dat juist niet ieder huishouden dezelfde mogelijkheden heeft om te reageren. Sommige woningeigenaren kunnen investeren in isolatie, glas of een warmtepomp. Andere huishoudens hebben minder financiële ruimte, wonen in een complexere woning of weten simpelweg niet welke maatregelen verstandig en betaalbaar zijn. PBL waarschuwt daarom dat ETS2 het risico op energie- en vervoersarmoede kan vergroten. Niet alleen de kosten verschillen per huishouden, maar ook het vermogen om maatregelen te nemen en extra kosten op te vangen. Verduurzaming is de structurele oplossing, maar dan moet het wel haalbaar worden De maatschappelijke discussie gaat vaak over compensatie. Dat is begrijpelijk, zeker voor huishoudens die de hogere energielasten niet kunnen dragen. Maar compensatie lost het onderliggende probleem niet op: de afhankelijkheid van fossiele energie. Olof van der Gaag, voorzitter van de NVDE, benoemt in zijn reactie op het PBL-rapport dat verduurzaming de beste en meest structurele oplossing is voor een betaalbare energierekening. Hij wijst daarbij ook op de mogelijkheid van gerichte inkomensondersteuning en een lagere energiebelasting op elektriciteit. Dat raakt precies de kern. We moeten huishoudens niet alleen vertellen dát ze moeten verduurzamen. We moeten ze vooral helpen begrijpen hoe ze dat betaalbaar kunnen doen. Van investering naar maandlast Veel woningeigenaren haken af zodra verduurzaming wordt gepresenteerd als een investering van bijvoorbeeld €15.000, €25.000 of meer. Dat bedrag voelt groot en onzeker. Maar dat is niet het hele verhaal. Een goede financiële verduurzamingsberekening kijkt niet alleen naar de bruto investering, maar ook naar: ISDE-subsidie; lokale subsidies; energiebesparing; mogelijke hypotheekvoordelen; Warmtefonds; SVN-leningen; hypotheekfinanciering; de impact op maandlasten. Pas als je deze onderdelen samenbrengt, ontstaat een eerlijker beeld. Dan wordt duidelijk wat verduurzaming netto per maand betekent. In veel situaties, zeker bij isolatie en warmtepompen, kan verduurzaming financieel veel haalbaarder zijn dan mensen vooraf denken. Daarom is de vraag niet alleen: welke maatregelen zijn technisch verstandig? De betere vraag is: welke maatregelen zijn financieel haalbaar en helpen om toekomstige woonlasten te beperken? ETS2 vraagt om betere klantreizen ETS2 maakt duidelijk dat verduurzaming een vast onderdeel moet worden van hypotheekadvies, gemeentelijke dienstverlening en klantcontact door geldverstrekkers en verduurzamingspartijen. Bij aankoop van een woning moet een koper niet alleen weten wat hij kan lenen, maar ook wat de woning straks kost aan energie en welke verduurzamingsmaatregelen financieel slim zijn. Bij bestaande hypotheekklanten kunnen geldverstrekkers veel gerichter kijken welke huishoudens het meeste risico lopen op stijgende energielasten. Gemeenten kunnen inwoners beter helpen als zij weten welke subsidies, leningen en maatregelen op adresniveau relevant zijn. Daarvoor is data nodig. Niet als los rapport of algemene rekentool, maar geïntegreerd in de software en klantreizen waar adviseurs en klanten al mee werken. Van urgentie naar handelingsperspectief ETS2 is een prijsprikkel. Maar een prijsprikkel werkt alleen goed als huishoudens ook handelingsperspectief hebben. Dat betekent dat woningeigenaren snel antwoord moeten krijgen op vragen als: Welke maatregelen passen bij mijn woning? Wat kost dit bruto en netto? Welke subsidies kan ik krijgen? Welke financiering past bij mijn situatie? Wat bespaar ik per maand? Wat betekent dit voor mijn hypotheek of energielabel? Kan verduurzaming budgetneutraal worden uitgevoerd? Zonder dit inzicht blijft verduurzaming te vaak hangen in goede bedoelingen. Met het juiste maandlasteninzicht ontstaat juist beweging. De rol van de Verduurzamingstoolbox Met de Verduurzamingstoolbox werk ik aan API’s die deze inzichten samenbrengen. Denk aan data over subsidies, financiering, energiebesparing, maatregelen, woningkenmerken en maandlasten. Het doel is om verduurzaming niet alleen technisch, maar ook financieel begrijpelijk te maken binnen bestaande klantreizen. Voor hypotheekadviseurs, geldverstrekkers, gemeenten en verduurzamingspartijen ligt hier een belangrijke kans. ETS2 maakt de urgentie groter, maar goede data en slimme software kunnen het handelingsperspectief vergroten. Want de komende jaren wordt de vraag niet alleen of woningen duurzamer moeten worden. De vraag wordt vooral: hoe zorgen we dat huishoudens hun woning kunnen verduurzamen zonder dat de woonlasten onnodig oplopen?

  • Renovatiepaspoort maakt verduurzaming direct bespreekbaar in het hypotheekgesprek

    Met de komst van het renovatiepaspoort wordt verduurzaming een stuk concreter voor woningeigenaren, kopers én hypotheekadviseurs. Waar het energielabel vooral laat zien hoe een woning er vandaag voor staat, voegt het renovatiepaspoort daar iets wezenlijks aan toe: een routekaart naar verbetering. Via EP-online wordt het straks mogelijk om niet alleen het actuele energielabel van een woning te raadplegen, maar ook de stappen te zien die nodig zijn om het energieverbruik te verlagen en het label te verbeteren. Daarmee ontstaat direct meer inzicht in wat er technisch, energetisch en financieel nodig is om een woning verder te verduurzamen. Van momentopname naar stappenplan Het energielabel is in de basis een momentopname. Het geeft aan hoe energiezuinig een woning nu is. Het renovatiepaspoort bouwt daarop voort en laat zien welke logische verbeterstappen een eigenaar kan zetten richting een energiezuiniger en uiteindelijk emissiearm gebouw. Die opbouw is waardevol, omdat verduurzaming in de praktijk zelden uit één maatregel bestaat. Vaak begint het met isolatie, gevolgd door verbeteringen in warmtevoorziening en daarna de inzet van hernieuwbare energie. Juist die gefaseerde aanpak helpt om verduurzaming overzichtelijk, uitlegbaar en financieel planbaar te maken. Waardevol in het hypotheekgesprek Voor hypotheekadviseurs en geldverstrekkers is deze ontwikkeling bijzonder relevant. In het adviesgesprek ontstaat direct inzicht in de verduurzamingsmogelijkheden van een woning. Niet alleen op hoofdlijnen, maar juist ook in de vorm van concrete stappen, verwachte investeringen en de mogelijke impact op energieverbruik en energielasten. Dat maakt het gesprek met de klant veel sterker. Verduurzaming blijft dan niet hangen in algemene ambities of losse wensen, maar wordt onderdeel van een onderbouwd financieringsgesprek. De adviseur kan sneller laten zien wat er nog nodig is in de woning, welke volgorde logisch is en welk bedrag daarvoor ongeveer meegenomen moet worden in de financiering. Sneller financieren zonder onnodig wachten Een groot voordeel is dat er al een energielabel beschikbaar is en dat het renovatiepaspoort daarop voortbouwt. Daardoor hoeft een hypotheekadviseur niet eerst te wachten op een aanvullend energieadvies of op offertes van installateurs om verduurzaming financieel mee te nemen. Juist in de financieringsfase is dat winst. Daar telt snelheid, duidelijkheid en onderbouwing. Als direct zichtbaar is welke maatregelen passend zijn en welke investeringen daarbij horen, kan de financiering sneller geregeld worden. Dat helpt klanten om verduurzaming meteen mee te nemen in hun plannen, in plaats van het door te schuiven naar een later moment. Minder onzekerheid, meer handelingsperspectief Voor consumenten is verduurzaming vaak ingewikkeld door een gebrek aan overzicht. Wat moet eerst? Wat levert het op? En wat kost het? Het renovatiepaspoort helpt om die onzekerheid te verkleinen. Niet door alleen te benoemen dat een woning beter kan, maar door te laten zien hoe. Dat is niet alleen praktisch voor bestaande woningeigenaren, maar ook voor kopers die een woning op waarde willen verbeteren. Zij krijgen eerder inzicht in de verduurzamingsopgave en kunnen daar hun financiering en keuzes direct op afstemmen. Kans voor ketensamenwerking De toevoeging van het renovatiepaspoort laat ook zien hoe belangrijk goede digitale ontsluiting van brondata is. Als informatie uit EP-online op het juiste moment beschikbaar komt in klantreizen en adviesprocessen, ontstaat er ruimte om verduurzaming beter te integreren in hypotheekadvies, woningfinanciering en dienstverlening rondom wonen. Daarmee wordt verduurzaming minder afhankelijk van losse initiatieven en meer onderdeel van het reguliere proces. Precies daar zit de echte versnelling: in het slim verbinden van inzicht, advies, financiering en uitvoering. Conclusie Het renovatiepaspoort is een logische en waardevolle aanvulling op het energielabel. Niet omdat het alleen meer informatie geeft, maar omdat het de stap maakt van inzicht naar actie. Voor klanten wordt duidelijker wat er mogelijk is. Voor hypotheekadviseurs wordt het eenvoudiger om verduurzaming direct mee te nemen in het gesprek en in de financiering. En juist dat maakt het verschil: niet wachten op een later adviestraject, maar verduurzaming al aan de voorkant meenemen, op basis van data die er al is.

  • Van investering naar maandlast: de ontbrekende schakel in verduurzamingstools

    Er zijn inmiddels veel goede verduurzamingstools op de markt. Tools die op basis van woningdata, energielabels en technische kenmerken kunnen berekenen welke maatregelen verstandig zijn voor een woning. Denk aan isolatie, HR++ glas, zonnepanelen, een hybride warmtepomp of een volledig elektrische warmtepomp. Vaak komt daar een overzicht uit met mogelijke maatregelen, verwachte energiebesparing en een indicatie van de investering. Dat is waardevol. Maar in veel klantreizen ontbreekt nog één essentieel onderdeel: de financiële vertaling naar maandlasten. Want voor veel woningeigenaren is niet de vraag: “Wat kost deze verduurzaming in totaal?” De echte vraag is: “Kan ik dit betalen, en wat betekent dit per maand?” Onderzoek bevestigt: verduurzaming verlaagt energie-uitgaven Dat verduurzaming financieel effect heeft, wordt ook steeds beter onderbouwd met data. In een recent artikel in ESB — “Verduurzamingsmaatregelen zorgen voor minder energie-uitgaven” — wordt op basis van geanonimiseerde transactiedata gekeken naar de ontwikkeling van energie-uitgaven van huishoudens die gebruikmaken van regelingen zoals de ISDE en het Nationaal Warmtefonds. De kern: huishoudens die verduurzamingsmaatregelen nemen, zien hun energie-uitgaven dalen. Dat is een belangrijk inzicht. Niet alleen omdat het laat zien dat maatregelen technisch werken, maar vooral omdat het bevestigt dat verduurzaming ook financieel merkbaar kan zijn voor huishoudens. Daarmee wordt de rekensom achter verduurzaming concreter: niet alleen kijken naar de investering vooraf, maar juist naar het effect op de maandelijkse woonlasten. Drie gesprekken in één week met dezelfde constatering Deze week sprak ik drie verschillende klanten over hun verduurzamingsjourney. Alle drie waren ze bezig met tooling, klantactivatie of het inzichtelijk maken van verduurzamingsmaatregelen. Maar in alle gesprekken kwam dezelfde ontbrekende schakel naar voren. De technische woninganalyse was aanwezig. De maatregelenlijst was aanwezig. De indicatie van kosten en besparing was aanwezig. Maar de financiële consequenties — en vooral de financiële voordelen — werden nog onvoldoende integraal meegenomen. En dat is zonde. Juist daar zit vaak het verschil tussen interesse en actie. Een hoog investeringsbedrag schrikt af Wanneer een klant te horen krijgt dat verduurzaming €15.000, €25.000 of €35.000 kost, ontstaat er direct weerstand. Dat bedrag voelt groot, onzeker en risicovol. Zeker als de klant niet precies weet wat hij ervoor terugkrijgt. Maar als je dezelfde investering terugrekent naar maandelijkse kosten en besparingen, ontstaat er een heel ander gesprek. Dan gaat het niet meer alleen over een investering, maar over de netto maandlast na: Energiebesparing; ISDE-subsidie; Lokale subsidies; Hypotheekvoordelen; Financiering via het Warmtefonds; SVN-leningen; Mogelijke rentekorting door een beter energielabel; Comfortverbetering en waardebehoud van de woning. De ISDE is bedoeld voor onder meer isolatie, warmtepompen, zonneboilers en aansluiting op een warmtenet. Bij het combineren van twee of meer verduurzamingsmaatregelen kan de subsidie volgens de informatie van Volkshuisvesting Nederland oplopen tot 30% van de investering. Ook Milieu Centraal benoemt dat gemeenten en provincies soms aanvullende subsidiepotjes hebben, waardoor de lokale component in de rekensom belangrijk blijft. Verduurzamen is vaker budgetneutraal dan mensen denken Als je alle onderdelen goed meeneemt, blijkt verduurzamen in veel gevallen verrassend haalbaar. Zeker bij isolatie en/of een warmtepomp kan de combinatie van subsidie, energiebesparing en passende financiering ervoor zorgen dat de investering budgetneutraal uitpakt. Daarmee bedoel ik: de maandelijkse besparing en financiële voordelen zijn gelijk aan of hoger dan de maandelijkse financieringslast. Dat vraagt wel om een volledige rekensom. Alleen kijken naar de bruto investering is onvoldoende. Je moet juist kijken naar de netto investering na subsidies, de verwachte energiebesparing, de financieringsvorm en de eventuele hypotheekvoordelen. Een voorbeeld: Een woningeigenaar krijgt een offerte voor isolatie en een hybride warmtepomp. De bruto investering lijkt fors. Maar na aftrek van ISDE, lokale subsidie en lagere energielasten ontstaat een ander beeld. Als daar vervolgens ook nog een gunstige lening of hypotheekoplossing tegenover staat, kan de maandelijkse impact beperkt of zelfs positief zijn. Dat is precies het inzicht dat klanten nodig hebben om een beslissing te nemen. Van verduurzamingsadvies naar financierbare klantreis Veel tools beantwoorden vooral de technische vraag: wat kan er aan deze woning gebeuren? Maar de klant wil uiteindelijk antwoord op een andere vraag: wat betekent dit voor mijn portemonnee? Daarom moet een goede verduurzamingsjourney verder gaan dan een maatregelenadvies. De klantreis moet de stap maken van: maatregel → investering → subsidie → netto investering → financiering → maandlast → besparing → budgetneutraal ja/nee Pas dan wordt verduurzaming concreet genoeg om in actie te komen. Dat sluit ook aan bij de richting die je in de markt ziet. NHG benoemt bijvoorbeeld dat energiebesparende maatregelen via het Energiebespaarbudget of Energie Besparende Voorzieningen kunnen worden meegenomen bij de hypotheek. Daarbij gaat het onder meer om isolatie, HR++ glas, warmtepompen en zonnepanelen. Data en API’s maken deze rekensom schaalbaar De uitdaging is dat deze rekensom uit veel verschillende onderdelen bestaat. Je hebt data nodig over de woning, de maatregelen, subsidies, financieringsmogelijkheden, hypotheekvoordelen en energiebesparing. Die informatie zit vaak verspreid over verschillende bronnen. Daarom werk ik veel met data en API’s om deze onderdelen bij elkaar te brengen. Niet als losse informatieblokken, maar als één geïntegreerde berekening. Daarmee kun je per woning en per maatregelenpakket inzichtelijk maken: wat de bruto investering is; welke ISDE-subsidie beschikbaar is; welke lokale subsidies mogelijk zijn; wat de netto investering wordt; welke maandelijkse energiebesparing verwacht mag worden; welke financieringsvorm passend is; wat het effect is op de maandlast; en of de investering budgetneutraal kan worden uitgevoerd. Dit maakt verduurzaming niet alleen begrijpelijker voor de klant, maar ook beter toepasbaar voor banken, hypotheekadviseurs, gemeenten, intermediairs en uitvoerende partijen. Conversie begint bij financiële duidelijkheid Veel verduurzamingsinitiatieven blijven hangen in bewustwording. Klanten lezen informatie, bekijken maatregelen, klikken misschien door, maar zetten geen vervolgstap. Niet omdat ze verduurzaming onbelangrijk vinden, maar omdat de financiële duidelijkheid ontbreekt. Wie de klant echt wil helpen, moet verder gaan dan advies over maatregelen. Je moet laten zien wat het betekent in euro’s per maand. Daar zit de conversiekracht. Een klant die alleen een investeringsbedrag ziet, haakt sneller af. Een klant die ziet dat de investering grotendeels of volledig wordt gecompenseerd door besparing en financiële regelingen, komt eerder in beweging. Wil je dat ik dit ook voor jouw klantreis doorreken? Ik help organisaties om deze rekensom op basis van data en API’s inzichtelijk te maken. Voor individuele woningen, klantgroepen of volledige hypotheekportefeuilles. Heb je voorbeelden van woningen met een maatregelenlijst of offerte? Dan reken ik graag door of de investering budgetneutraal kan worden uitgevoerd. Want verduurzamen begint niet alleen met weten wat technisch mogelijk is. Het begint met begrijpen wat financieel haalbaar is.

  • Verduurzamen begint niet bij beleid, maar bij de keukentafel. Twee voorbeelden hoe klanten financieel voordelig kunnen verduurzamen.

    De verduurzaming van woningen is geen toekomstmuziek meer. Voor veel woningeigenaren is het inmiddels een onderwerp dat direct invloed heeft op hun maandlasten, wooncomfort en zelfs de waarde van hun woning. Met de komst van het Nationaal Plan Renovatie Gebouwen (NBRP) en de Europese EPBD IV-richtlijn wordt verduurzaming steeds meer een vast onderdeel van wonen, kopen, verkopen en financieren. Toch merk ik in de praktijk dat het probleem niet zit in een gebrek aan ambitie, maar juist in de uitvoering. Mensen willen vaak best verduurzamen, maar weten simpelweg niet waar ze moeten beginnen. Er zijn te veel regelingen, te veel technische keuzes en vooral te weinig duidelijkheid over de financiële gevolgen. De vraag die ik het meest krijg is niet: “Welke warmtepomp moet ik kiezen?” maar veel vaker: “Kan ik dit eigenlijk wel betalen?” En precies daar begint de echte verduurzamingsopgave. We hebben in Nederland inmiddels een goed gevuld landschap van subsidies, leningen en stimuleringsmaatregelen. Denk aan de ISDE-regeling, het Nationaal Warmtefonds, gemeentelijke subsidies, extra hypotheekruimte voor energiebesparende maatregelen en rentekortingen bij een beter energielabel. Op papier is er dus veel mogelijk. In de praktijk ziet een woningeigenaar vooral losse puzzelstukjes die nergens samenkomen. Dat zorgt voor stilstand. Veel mensen blijven hangen in keuzestress. Moet je eerst isoleren of juist een warmtepomp plaatsen? Is HR++ glas voldoende of moet je direct naar triple glas? Wat doet dat met je energierekening? Welke subsidie geldt in jouw gemeente? En wat betekent dat uiteindelijk voor je maandlasten? Zonder een duidelijke business case blijft verduurzaming een abstract verhaal. Daarom geloof ik sterk dat verduurzaming niet moet starten bij beleid, maar bij de individuele woning en de financiële situatie van de bewoner. Niet met de boodschap dat iemand “zou moeten verduurzamen”, maar met een concreet antwoord op vijf simpele vragen: wat is mijn huidige energielabel, welke maatregelen zijn verstandig, wat kost dat, welke subsidies zijn beschikbaar en wat betekent dat onderaan de streep per maand? Pas dan ontstaat beweging. Ik werk veel aan dit soort vraagstukken voor gemeenten, hypotheekverstrekkers en adviseurs. Mijn uitgangspunt is daarbij altijd hetzelfde: verduurzaming moet begrijpelijk, uitvoerbaar en financieel logisch zijn. Niet als extra verplichting, maar als een kans om comfortabeler te wonen én slim met geld om te gaan. Een goed voorbeeld hiervan zie je bij een tussenwoning in Venlo uit 1970 met energielabel E. De eigenaar wil lagere energiekosten, meer comfort en tegelijkertijd de woning toekomstbestendig maken. In zo’n situatie blijkt vaak dat een combinatie van spouwmuurisolatie, vloerisolatie, HR++ glas en een hybride warmtepomp de meest logische route is. De totale investering ligt dan rond de €9.200. Dankzij ISDE-subsidie, gemeentelijke ondersteuning vanuit Venlo en financiering via het Nationaal Warmtefonds blijft een netto investering over van ongeveer €6.250. Bij een financiering tegen 0% rente komt de maandelijkse aflossing uit op ongeveer €52. De energiebesparing ligt rond de €86 per maand, met extra stroomkosten van ongeveer €30. Uiteindelijk blijft er dus direct een positieve cashflow over. Dat is het moment waarop verduurzaming ineens logisch wordt. Niet omdat er subsidie is, maar omdat de bewoner begrijpt dat de maandlasten verbeteren. Een ander voorbeeld is een vrijstaande woning uit 1995, eveneens in Venlo, met energielabel C. Hier is de wens vaak groter: volledig gasloos wonen en voorbereid zijn op de toekomst. In dat geval kijken we bijvoorbeeld naar een all-electric warmtepomp en triple glas met nieuwe kozijnen. De totale investering komt dan uit op ongeveer €22.500. Door ISDE-subsidie en aanvullende gemeentelijke regelingen blijft een netto investering over van circa €12.700. Door de verbetering naar energielabel A++++ ontstaat daarnaast vaak rentekorting op de hypotheek. In combinatie met het volledig wegvallen van de gasrekening levert dit een jaarlijkse besparing op van ongeveer €2.400. De terugverdientijd ligt dan rond de zeven jaar, terwijl de woningwaarde stijgt en het wooncomfort direct merkbaar verbetert. Dat zijn de gesprekken die inwoners willen voeren. Niet over beleidsstukken of Europese richtlijnen, maar over hun eigen woning, hun eigen maandlasten en hun eigen toekomst. Gemeenten kunnen hierin een enorme rol spelen. Niet alleen door subsidies beschikbaar te stellen, maar vooral door inwoners actief te helpen bij het maken van de juiste keuzes. Door lokale subsidies automatisch inzichtelijk te maken, door verduurzaming onderdeel te maken van de klantreis bij aankoop van een woning en door samen te werken met hypotheekadviseurs en geldverstrekkers ontstaat er een veel krachtiger systeem. Juist bij een verhuizing ligt vaak de grootste kans. Mensen staan dan open voor investeringen, er is financieringsruimte en de woning wordt opnieuw beoordeeld. Dat is hét moment om verduurzaming niet als extra onderwerp te zien, maar als integraal onderdeel van goed woonadvies. Mijn werk zit precies op dat snijvlak. Ik help om beleid te vertalen naar praktische oplossingen. Niet nóg een beleidsdocument, maar concrete tooling waarmee inwoners en adviseurs direct inzicht krijgen in wat mogelijk is. Door subsidies, financiering en energiebesparing samen te brengen ontstaat een echte business case. En dat is uiteindelijk waar verduurzaming om draait. Niet zeggen: “u moet verduurzamen.” Maar laten zien: “dit kunt u morgen doen — en dit levert het op.” De toekomst van de gebouwde omgeving begint dan ook niet in Den Haag of Brussel, maar gewoon aan de keukentafel. Daar waar een woningeigenaar wil weten of zijn woning klaar is voor de toekomst. Daar waar iemand wil begrijpen of verduurzaming betaalbaar is. Daar begint de echte transitie. En precies daar moet de oplossing ook starten. Wilt u weten hoe deze business case eruitziet voor uw woning, uw klanten of uw gemeente? Ik maak deze berekeningen ook voor andere gemeenten en woningtypen, zodat verduurzaming niet theoretisch blijft, maar direct leidt tot concrete keuzes en haalbare maandlasten.

  • ABN AMRO start “Beter Wonen”: verduurzamen zonder hogere maandlasten

    ABN AMRO kondigde onlangs de pilot Beter Wonen aan: woningeigenaren worden actief geholpen om hun woning te verduurzamen zonder dat de maandlasten stijgen. TNO publiceerde daarop een verdiepend stuk waarin ze uitleggen waarom dit in veel gevallen financieel kan kloppen, mits je het goed organiseert (advies, uitvoering én financiering). De kern is simpel: kijk niet alleen naar “wat kost het?”, maar naar woonlasten. Wat betekent “budgetneutraal” in normale mensentaal? Budgetneutraal verduurzamen betekent: extra maandlast (financiering) ≤ maandelijkse besparing op energie. En als je daarbij ook nog subsidies en (waar van toepassing) gunstige leningen meeneemt, wordt de kans groter dat de rekensom klopt. Waarom lukt dit bij veel woningen wél? Omdat maatregelen vaak twee dingen tegelijk doen: Energieverbruik omlaag (direct effect op je rekening) Comfort omhoog (minder tocht, stabielere temperatuur, stiller huis) En precies dát is wat Beter Wonen probeert te “ontzorgen”: niet alleen een lening, maar ook het plan, de subsidie-afhandeling en de uitvoering met partners. De 3 voorwaarden om het écht budgetneutraal te krijgen In onze praktijk zien we dat het vooral afhangt van drie punten: 1) De juiste volgorde Eerst isoleren/ventilatie op orde, dán installatie (warmtepomp/hybride). Anders betaal je vaak te veel voor vermogen dat je niet nodig hebt. 2) Realistische aannames Besparing verschilt per woning, gedrag en energieprijs. Een goede berekening werkt met bandbreedtes (conservatief / verwacht / optimistisch). 3) Financiering die past bij jouw situatie Korte looptijd kan je maandlast onnodig hoog maken. Een passende looptijd en productkeuze is vaak het verschil tussen “net niet” en “prima te doen”. Waarom dit onderwerp nu extra relevant is Beter Wonen laat iets belangrijks zien: budgetneutraal verduurzamen is niet alleen een rekensom, het is een klantreis. Als je het “gedoe” wegneemt en de uitkomst betrouwbaar maakt, gaan meer mensen het ook écht doen. Wil je weten wat in jouw woning budgetneutraal kan? Wij maken budget neutrale verduurzaming berekeningen die precies dat inzicht geven: welke maatregelen passen bij jouw woningtype wat het doet met je maandlast én energierekening welke subsidies/regelingen relevant zijn en wat de meest logische volgorde is Probeer het hier, vul je postcode + huisnummer in dan laat ik je zien welke verduurzamingsstap voor jou het meest kansrijk is om zonder hogere woonlasten te starten. Bron (TNO):

  • Van beleid naar praktijk: verduurzaming werkbaar maken voor hypotheekadviseurs

    Tijdens het SEH Kennis & Innovatie Event verzorgden Mieke Pels en ik de masterclass “Verduurzaming in lijn met AFM-kaders”. In deze sessie namen we adviseurs mee in een vraag die steeds urgenter wordt: hoe vertaal je overheidsbeleid en toezichtkaders naar een werkbare adviespraktijk? De rode draad van onze presentatie was helder: verduurzaming moet niet blijven hangen in beleid, ambities of losse informatiebronnen, maar moet landen in het dagelijkse werk van de hypotheekadviseur. De opgave is groot, en raakt direct het hypotheekadvies De gebouwde omgeving staat voor een forse verduurzamingsopgave. In de presentatie lieten we zien dat beleid zich vertaalt in concrete doelen rond isolatie, warmtepompen, warmtenetten en toekomstig normeren van gebouwen. Ook verandert de context voor energielabels, energieprestaties en financieringsmogelijkheden verder in de komende jaren. Dat lijkt op het eerste gezicht vooral beleid, maar de impact komt uiteindelijk terecht in de adviespraktijk. Want zodra verduurzaming invloed heeft op woonlasten, leenruimte, productkeuze en betaalbaarheid, wordt het automatisch relevant voor het hypotheekdossier. AFM maakt verduurzaming explicieter onderdeel van passend advies Een belangrijk deel van de masterclass ging over de concept-leidraad van de AFM. Die concretiseert wat passend advies en zorgplicht betekenen en zal worden gebruikt bij toezicht en dossierbeoordeling. Daarmee wordt verduurzaming niet langer alleen iets “extra’s”, maar nadrukkelijker een onderwerp dat adviseurs herkenbaar en uitlegbaar moeten meenemen in hun proces. In de presentatie benoemden we ook de belangrijkste aandachtspunten. Denk aan het bespreken van leenruimte op basis van het energielabel, de invloed van het label op hypotheekproducten, de duurzaamheidsdoelen van de klant, betaalbaarheid bij hogere energiekosten en de mogelijkheid om financiering voor verduurzaming te betrekken in het advies. Ook funderingsrisico’s krijgen explicieter aandacht. Voor adviseurs betekent dit vooral: meer structuur, meer onderbouwing en meer consistentie in vastlegging. De uitdaging: niet méér gedoe, maar betere ondersteuning Daar zit precies de spanning. Want de sector wil verduurzaming serieus meenemen, maar de praktijk van het hypotheekadvies vraagt om snelheid, eenvoud en goede dossieropbouw. Extra Excel-bestanden, losse websites en handmatig zoekwerk helpen dan niet. In onze sessie hebben we daarom benadrukt dat standaardiseren alleen werkt als het leidt tot minder frictie in het adviesproces. De kern is dus niet dat adviseurs alles zelf moeten uitzoeken, maar dat relevante informatie op het juiste moment beschikbaar komt in een vaste en uitlegbare structuur. Van richtlijn naar oplossing: de Verduurzamingstoolbox Om die stap van beleid en toezicht naar uitvoering te maken, lieten we tijdens het event de Verduurzamingstoolbox zien. Deze oplossing is bedoeld om verduurzamingsinformatie beter beschikbaar te maken binnen de bestaande keten, onder andere richting hypotheekadviessoftware, bankomgevingen, website tooling en energieloketten. In de presentatie hebben we laten zien welke vragen daarin praktisch ondersteund kunnen worden, zoals: welk energielabel een woning heeft; wat de impact van het energielabel is op de leenruimte; welke subsidies van toepassing zijn; welke hypotheekproducten passend zijn bij verduurzamingswensen; welke niet-hypothecaire financieringsvormen, zoals Warmtefonds of SVN, relevant kunnen zijn. Daarmee verschuift verduurzaming van een versnipperd zoekproces naar een meer gestandaardiseerde adviesondersteuning. Inzicht, keuze en financiering De praktische boodschap uit onze masterclass was simpel: maak verduurzaming behapbaar. Niet door alles tegelijk te willen oplossen, maar door te werken met een logische structuur. In de presentatie vatten we dat samen als: Inzicht → Keuze → Financiering. Eerst breng je de uitgangssituatie in beeld. Daarna bespreek je welke richting of maatregel past bij de klant. Pas daarna komt de vraag welke financieringsoplossing passend is. Juist die volgorde helpt om verduurzaming niet als los onderwerp te behandelen, maar als integraal onderdeel van goed hypotheekadvies. Waarom dit nu relevant is De actualiteit laat zien dat verduurzaming niet alleen een klimaat- of beleidsvraagstuk is, maar ook een vraag van betaalbaarheid, risico-inzicht en klantbediening. Voor adviseurs neemt de druk toe om hierover niet alleen iets te vinden, maar er ook zorgvuldig en consistent mee om te gaan. Daarom is het nu belangrijk om de vertaalslag te maken van abstract beleid en concept-richtlijnen naar concrete ondersteuning in de praktijk. Dat was precies de insteek van onze sessie op het SEH Kennis & Innovatie Event. Bekijk de presentatie Ook aan de slag met verduurzaming in het hypotheekadvies? De beweging is helder: van overheidsbeleid en AFM-kaders naar concrete, toepasbare ondersteuning voor de adviespraktijk. Wil je de presentatie van het SEH Kennis & Innovatie Event bekijken? Bekijk de video of download hier de slides.

  • Energiearmoede verminderen? Begin met isolatie van de slechtste woningen

    Energiearmoede is geen tijdelijk probleem dat je oplost met compensatie alleen. Nieuwe berekeningen van TNO laten zien dat gerichte isolatie van slecht geïsoleerde woningen juist structureel kan bijdragen aan lagere energielasten, minder gasverbruik en meer wooncomfort. De kern van het onderzoek is helder: met een eenmalige investering van circa 3 miljard euro kunnen de woningen van huishoudens met energiearmoede worden geïsoleerd tot de landelijke isolatiestandaard. Dat komt neer op gemiddeld ruim €11.000 per woning. Voor deze huishoudens levert dat jaarlijks een besparing op van gemiddeld circa 500 m³ gas. Bij de slechtst geïsoleerde woningen loopt die besparing op tot ruim 800 m³ gas per jaar. Dat betekent concreet: minder afhankelijkheid van energiecompensatie, lagere maandlasten en een woning die beter voorbereid is op de energietransitie. Van compenseren naar investeren De afgelopen jaren is energiearmoede vooral bestreden met tijdelijke maatregelen, zoals energietoeslagen en prijsplafonds. Die maatregelen waren begrijpelijk tijdens de energiecrisis, maar ze lossen het onderliggende probleem niet op. Een slecht geïsoleerde woning blijft immers jaar na jaar leiden tot hoge energiekosten. Vooral huishoudens met een laag inkomen hebben daar direct last van. Zij hebben vaak minder financiële ruimte om zelf te investeren in verduurzaming, terwijl zij juist het meeste profiteren van lagere energielasten. De conclusie van TNO is daarom belangrijk: meer investeren in isolatie betekent op termijn minder compenseren via inkomenssteun. De slechtste woningen leveren de grootste maatschappelijke winst op Binnen de groep huishoudens met energiearmoede wonen ongeveer 256.000 huishoudens in een woning die nog niet voldoet aan de isolatiestandaard. Een kleinere groep van circa 23.200 huishoudens woont in de allerslechtst geïsoleerde woningen, vergelijkbaar met energielabel F of G. Juist bij deze woningen is de opgave groot, maar de opbrengst ook. TNO laat zien dat de gasbesparing per geïnvesteerde euro bij huishoudens met energiearmoede hoger ligt dan gemiddeld. Met andere woorden: investeren in deze woningen is niet alleen sociaal rechtvaardig, maar ook doelmatig vanuit klimaat- en energiebeleid. Dat maakt een “slechtste woningen eerst”-aanpak logisch. Niet generiek subsidiëren, maar gericht investeren waar de combinatie van lage inkomens, hoge energielasten en slechte woningkwaliteit het zwaarst drukt. Een belangrijke rol voor banken, gemeenten en woningcorporaties De uitkomsten van het onderzoek raken direct aan de opgave van geldverstrekkers, gemeenten en woningcorporaties. Voor woningcorporaties en verhuurders ligt er een duidelijke renovatieopgave. De huurder profiteert van een lagere energierekening, terwijl de verhuurder de investering moet doen. Dat vraagt om slimme afspraken en gerichte ondersteuning vanuit de overheid. Voor gemeenten ligt er een kans om energiearmoede veel preciezer aan te pakken. Niet alleen via inkomensregelingen, maar door data over woningkwaliteit, inkomen, energieverbruik en eigendomssituatie te combineren. Daarmee kunnen gemeenten beter bepalen waar isolatiemaatregelen het meeste effect hebben. Ook banken en hypotheekverstrekkers hebben een rol. Vooral bij koopwoningen met slechte energielabels is innovatieve financiering nodig. Denk aan verduurzamingsdepots, gebouwgebonden financiering of hypotheekoplossingen waarbij energiebesparing structureel wordt meegenomen in betaalbaarheid en klantadvies. Digitalisering maakt gerichte verduurzaming mogelijk De belangrijkste uitdaging is niet alleen financieel, maar ook organisatorisch. We weten steeds beter welke woningen moeten worden aangepakt. De vraag is hoe we dat op grote schaal uitvoerbaar maken. Daar ligt een grote rol voor digitalisering. Door woningdata, energielabels, inkomensindicatoren, subsidiemogelijkheden en financieringsruimte slim te combineren, kunnen huishoudens veel gerichter worden geholpen. Niet met algemene informatie, maar met een concreet handelingsperspectief: welke maatregelen zijn nodig, wat kosten ze, welke subsidie is beschikbaar en wat betekent dit voor de maandlasten? Voor hypotheekadviseurs betekent dit dat verduurzaming geen los onderwerp meer moet zijn, maar een logisch onderdeel van financieel advies. Zeker bij aankoop, verbouwing of renteherziening ligt er een natuurlijk moment om woningkwaliteit, energielasten en financieringsmogelijkheden integraal te bespreken. Isolatie is geen volledige oplossing, maar wel een noodzakelijke stap TNO benadrukt terecht dat woningisolatie energiearmoede niet volledig oplost. Daarvoor blijven ook inkomensbeleid, energiebesparing en betaalbare energie nodig. Maar isolatie pakt wel een structurele oorzaak aan: de slechte energetische kwaliteit van woningen. Daarom is de boodschap krachtig: wie energiearmoede serieus wil verminderen, moet niet alleen blijven compenseren, maar vooral investeren in de woningen waar de nood het hoogst is. De energietransitie wordt pas succesvol als zij ook betaalbaar en uitvoerbaar is voor huishoudens met de kleinste financiële ruimte. Juist daar begint de grootste maatschappelijke impact.

  • Klimaatbestendig Nederland vraagt om keuzes, niet om uitstel

    Klimaatverandering is in Nederland allang geen abstract toekomstbeeld meer. We merken het nu al. Hittegolven duren langer, droge periodes zetten waterbeschikbaarheid onder druk en extreme buien zorgen steeds vaker voor schade, overlast en verstoringen in het dagelijks leven. De vraag is daarom niet meer óf we ons moeten aanpassen, maar hoe snel en hoe slim we dat doen.    Het recente PBL-rapport maakt dat pijnlijk duidelijk. Nederland wordt warmer, droger én natter. Juist die combinatie maakt klimaatadaptatie complex. Het gaat niet om één probleem, maar om een stapeling van risico’s die wonen, gezondheid, infrastructuur, drinkwater, natuur, landbouw en de economie tegelijk raken.    De gevolgen raken steeds meer ons dagelijks leven   De impact van klimaatverandering zit niet alleen in grote systeemvragen, maar juist ook in alledaagse gevolgen.   Denk aan woningen die in de zomer structureel te warm worden. Denk aan schade aan funderingen door droogte en lage grondwaterstanden. Denk aan wateroverlast waardoor straten, tunnels en vitale voorzieningen minder bereikbaar worden. Of aan toenemende druk op drinkwater, voedselprijzen en energievoorziening. Volgens het PBL zullen deze risico’s richting 2050 verder toenemen als Nederland geen aanvullende maatregelen neemt.    Vooral kwetsbare groepen worden geraakt. Ouderen, jonge kinderen, mensen met een kwetsbare gezondheid en huishoudens met beperkte financiële ruimte hebben minder mogelijkheden om zich aan te passen. Daarmee is klimaatadaptatie niet alleen een ruimtelijk of technisch vraagstuk, maar ook een maatschappelijk en sociaal vraagstuk.    Twee routes: intensiveren of transformeren   Het PBL beschrijft grofweg twee manieren waarop Nederland zich kan voorbereiden.   De eerste route is intensiveren : meer technische maatregelen nemen om bestaande functies te beschermen. Denk aan airco’s, zonwering, extra drainage, zwaardere riolering of aanvullende bescherming van infrastructuur.   De tweede route is transformeren : de leefomgeving anders inrichten, zodat die beter past bij een veranderend klimaat. Denk aan meer groen en water in stedelijk gebied, bouwen op plekken met minder risico, anders omgaan met zoetwater en landbouw beter afstemmen op bodem en watersysteem.    Beide richtingen hebben waarde. Technische maatregelen kunnen snel helpen. Maar op de langere termijn laat het rapport zien dat structurele, ruimtelijke keuzes vaak robuuster zijn, juist omdat ze meerdere problemen tegelijk aanpakken. Meer groen en water in steden helpt bijvoorbeeld tegen hitte, wateroverlast, droogte én draagt bij aan biodiversiteit en gezondheid.    Klimaatadaptatie moet randvoorwaarde worden   Misschien wel de belangrijkste boodschap uit het rapport is dat klimaatadaptatie geen sluitpost mag zijn. Het moet een randvoorwaarde worden bij woningbouw, infrastructuur, natuurontwikkeling en economische keuzes.    Dat betekent concreet: niet eerst bouwen en daarna pas nadenken over hitte, wateroverlast of beschikbaarheid van drinkwater en energie. Het betekent ook dat we bij de inrichting van Nederland het water- en bodemsysteem serieuzer als uitgangspunt moeten nemen. Wie nu investeert zonder klimaat mee te nemen, loopt het risico later dubbel te betalen.   Van reageren naar vooruitdenken De echte keuze waar Nederland voor staat is groter dan techniek alleen. Blijven we reageren op schade achteraf? Of richten we ons land zó in dat risico’s vooraf kleiner worden?   Dat vraagt om politieke keuzes, maar ook om samenwerking tussen overheid, markt en samenleving. Over welk beschermingsniveau vinden we acceptabel? Wie beschermen we extra? Welke functies krijgen prioriteit bij schaarste aan water? En hoeveel ruimtelijke verandering durven we toe te laten om op lange termijn juist schade en kosten te beperken?    Mijn conclusie   Voor organisaties die werken aan wonen, hypotheken, gebiedsontwikkeling, energie en publieke dienstverlening is dit rapport relevant. Niet alleen als beleidsdocument, maar als richtingwijzer.   Klimaatbestendigheid wordt de komende jaren steeds meer een ontwerpprincipe voor processen, klantreizen, financiering en ruimtelijke keuzes. Wie nu nog denkt dat klimaatadaptatie vooral een dossier is voor later, loopt achter de feiten aan.   De opgave is helder: niet wachten op de volgende hittegolf, droogteperiode of extreme bui, maar nu keuzes maken die Nederland sterker, leefbaarder en weerbaarder maken.

bottom of page